De kakkerlak

Hier is een stukje uit het eerste hoofdstuk van « Saskia’s bijzondere wereld ».

Er was eens een meisje, dat Saskia heette. Zij woonde in een huisje, een klein, blauw huis, met haar oma. Het kleine, arme meisje had geen ouders, alleen een oma en een kat. Maar het meisje was altijd blij. Altijd glimlachte ze. Elke dag ging ze naar school met haar tasje en haar grote schoenen. En elke dag liep ze langs een groen, houten hek. Er was iets vreemds met dit hek. Steeds als ze er langs liep, hoorde ze rare geluiden. Er krabde, er kroop, er kraakte iets achter dit hek. Wat was het? Saskia wilde het weten.

Dat was moeilijk want ze moest absoluut op tijd op school zijn: ze had een heel strenge juffrouw, die vond het leuk om straf te geven. Op een goede dag besloot ze achter het hek te kijken. Ze glipte door een gat in het hek. Er lag een tuin achter, een oude, wilde tuin, met grote bomen, hoog gras en een oud, leegstaand huis. Saskia bleef onbeweeglijk staan. Het was stil hier, heel stil, te stil. Het meisje werd een beetje bang. Aan deze kant van het hek hoorde ze geen geluiden. Ze kon geen auto’s en bussen horen. Heel stil, geen wind, de atmosfeer was erg raar.

Plotseling kwam er lawaai uit het huis. Plotseling zag ze iets door het raam naar buiten kruipen. Wat was het? Nu werd Saskia echt bang: het was een kakkerlak, een grote kakkerlak, een reusachtige kakkerlak! En hij rende in haar richting. Het meisje wachtte niet. In minder dan geen tijd, sprong ze door het hek. En ze rende zonder stoppen naar school, zo snel mogelijk. In de pauze zei ze tegen alle kinderen dat er een reusachtige kakkerlak achter het groene hek woonde. Maar niemand geloofde haar.

De volgende morgen liep ze weer langs het groene hek. En weer hoorde ze het lawaai. « Het is de kakkerlak » dacht ze. Een paar meter voorbij het hek hoorde ze « Saskia! Saskia! ». Toen dacht ze « Het is de kakkerlak! En hij kan praten! En hij kent mijn naam! » En ze liep naar school. In de pauze zei ze tegen alle kinderen dat de kakkerlak kon praten. En natuurlijk geloofde niemand haar. Ze dachten: Saskia wordt gek! Die avond vroeg Saskia aan haar kat wat ze doen moest. Oma was in de keuken bezig soep te maken. Het meisje zat bij de schoorsteenmantel met de kat op haar schoot. Hij spon en spon.

– Wel, zei hij, deze kakkerlak is aardig. Hij heeft alleen honger.

Les commentaires sont fermés.